Dinsdag 27 oktober ging het Tilburgs Taolkefeej voor het eerst open. In een sfeervolle en drukbezette avond konden de aanwezigen zichzelf testen aangaande de hun kennis testen van de Tilburgse Taol. In de vorm van een pubquiz van drie rondes werden de spelers uitgedaagd, woorden of spreekwoorden te herkennen en op de juiste schrijfwijze (volgens de regels van Wil Sterenborg) te noteren op het scoreformulier.
Anders dan in de meeste pubquizzen, konden de deelnemers niet per groep inschrijven, maar slechts individueel. Bij binnenkomst werden door middel van een speelkaartensysteem willekeurige teams samengesteld. Hierdoor kwamen onbekenden bij elkaar aan tafel. De motivatie hierachter was, dat je in een “kefeej” mensen ontmoet en leert kennen. Voor sommige was dit een probleem, maar de meesten vonden het een prima zet.
De meeste groepen wisten een droog koekje wel te vertalen in “mèèlemòp”. Maar wisten ze ook dat voor tuinbonen er in het Tilburgs maar liefst vier woorden bestaan: “lapbôone, flòdderbôone, knaawbôone, boeretêene”? De sportieve Tilburgers wisten wel dat “den Beitel” de bijnaam is van Willem II- voetballer John Feskens, waarnaar ook het supporterscafé is vernoemd. Verder kwam de “Gròzzie van men buurvrouw” van Ferry van de Zaande ook aan bod en werd gecheckt of men de naam van de Tilburgse burgemeester wist.
De avond werd verder aangekleed door ingekleurd met verschillende gastoptredens, uiteraard in het Tilburgs. Yoïn van Spijk (taalkundige) warmde het publiek op met uitleg van de Tilburgse Taol aan de hand van de prenten van Cees Robben. De dochter van laatstgenoemde, Wilma, las haar winnende verhaal “Licht dè wèègert te dôove” uit het Brabants Boekske 2026. Jacq Zêeverzacq droeg enige verhalen en gedichten voor uit zijn onlangs verschenen bundel “Wie zwèègt heej gemak praote”.
Uiteraard waren en wat discussies over bepaalde woorden en schrijfwijzen, immers iedereen heeft een bepaalde eigen achtergrond van de taalontwikkeling. Dit is veelal ingegeven door de wijk of parochie waar men opgegroeid is. Dit was overigens geen groot item.
De presentator van de avond had ook nog een nieuwtje voor de aanwezigen. Het Nederlands-Tilburgs Woordenboek “Goedvertòld”, dat vorig jaar werd uitgebracht en inmiddels volledig uitverkocht is, krijgt een tweede druk. Deze zal in de derde week van november verkrijgbaar zijn, dus net op tijd voor het “klòttere” (Voor de niet-Tilburgers: dit betekent Sinterklaasinkopen doen).
De meest gehoorde reactie was toch wel: “dit is voor herhaling vatbaar”. De Stichting Tilburgse Taol gaat hierover natuurlijk met elkaar in overleg. De avond werd passend afgesloten met, staand, het Tilburgs Volkslied: “Kzie oe daor zo gèère ligge, Tilburg, waork geboore bèn” mee te zingen.
